Tips
 

Oosterbeintum

decor van een tragedie

Terpen vormden voor de kleine nederzettingen in Fryslân een belangrijke bescherming tegen het soms dreigende zeewater. De eerste terpen werden gebouwd rond 500 v. Chr. De terpenbouw eindigde met de komst van de eerste dijken in het gebied, zo rond 1200 na Chr. Aan het begin van de 20e eeuw werden veel terpen afgegraven vanwege de vruchtbare terpaarde. Veel van deze unieke monumenten gingen hierbij verloren.
Oosterbeintum was een grotendeels vergraven terp die vlakbij de terp van Hegebeintum lag. Oosterbeintum was gelegen op een kweldergordel aan de monding van de Boorne in de voormalige Middelzee. De Middelzee of ook wel bekend als het Boorndiep was een zeearm.

De zee begon ten oosten van Bolsward, boog vervolgens af ten noorden waar tegenwoordig Sneek gelegen is, en liep verder naar het noorden. De monding lag in de huidige gemeente het Bildt vlakbij het Borndiep, gelegen tussen Ameland en Terschelling. De Middelzee vormde de scheiding tussen Oostergo en Westergo.
Rond 1100 werd de verbinding tussen de Marne en de Middelzee bij Bolsward verbroken. Hierdoor begon de dichtslibbing van de Middelzee te versnellen. Voor 1200 was het zuidelijke deel al dichtgeslibd. Ook het ontstaan van de Zuiderzee bevorderde de dichtslibbing. Tussen 1200 en 1300 slibde de Middelzee tot aan het Bildt helemaal dicht.
De gebieden die ontstonden door de dichtslibbing van de Middelzee werden de Nieuwlanden genoemd. Het Bildt is ontstaan uit verdere opslibbing van het oude Middelzeegebied. Het is "opgebild" land; "opbillen" is een oud woord voor opslibben. Het gebied van Friesland Buitendijks is in feite ook nog opslibbing in het stroomgebied van de vroegere Middelzee.’

Oosterbeintum was ook zo’n veilige haven tegen het wassende water. Er was echter een gevaar waar deze terp niet tegen bestand was: de Pest. Deze gevreesde ziekte zaaide tijdens de Middeleeuwen overal in Europa dood en verderf. Lange tijd dacht men dat de pest werd verspreid door 'bedorven en besmette lucht'. In de door de Pest besmette gebieden brandde men tonnen met pek. De rook moest de besmette lucht verdrijven.
Deze zeer besmettelijke en naar men later wist door ratten overgebrachte ziekte, met de macabere bijnaam De Zwarte Dood, bereikte rond 1400 na Chr. ook de terp in Oosterbeintum: met dramatische gevolgen. De gehele bevolking van Oosterbeintum raakte door de ziekte besmet en stierf uiteindelijk.

Aan het eind van de jaren ’80 en begin jaren ‘90 van de vorige eeuw, werd er bij de terp, die inmiddels was afgegraven, archeologisch onderzoek verricht. Onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen en de Vrije Universiteit van Amsterdam deden allerlei interessante vondsten die een goed beeld geven van het dagelijkse leven op de terp. Een aantal van deze vondsten kunt u bekijken in het bezoekerscentrum te Hegebeintum.
De restanten van de terp kunt u nog altijd herkennen aan een verhoging in het landschap.

Tip: begin uw bezoek aan de gemeente Ferwerderadiel in het bezoekerscentrum met VVV-agentschap te Hegebeintum. Hier is tevens een archeologisch steunpunt te vinden met vondsten van opgravingen in de omgeving. Bij het VVV-agentschap starten ook rondleidingen voor het kerkje van Hegebeintum en het kerkje van Jannum.